Route de Prullaria

Onlangs had ik weer eens een weekje vrij en omdat ik toch hoofdzakelijk alleen was, besloot ik maar eens het nuttige met het aangename te verenigen, dat wil zeggen een combinatie van een nat weekend met een aantal gortdroge musea, of zou het meevallen?

Andere jaren gingen wij altijd met een groepje naar het desbetreffende motorweekend, doch daar mijn eigen motorclub in diezelfde omgeving ook een kampeerweekend organiseerde, vertrok ik alleen en wat eerder.

Via een tussenstop bij mijn ouders in Dieren reed ik vrijdag 26 april via Beek-Bergh vervolgens via Oberhausen-Essen richting Dortmund via de autobahn. Aan de drukte op de B1 door Dortmund om die tijd (ca. 14.00 uur) merkte ik al dat ik niet de enige was die op lang weekend ging, maar met hier en daar wat illegaal geschuifel schoot het redelijk op.

Na Dortmund wilde ik de toeristische route nemen door het Sauerland, maar allemachtig wat een drukte. Na dus nog meer illegaal "geschuifel" via Winterberg en Bad Hersfeld aangekomen in Frielendorf (tussen Schwalmstadt en Bad Homburg) waar de volgende dag het "weekend" zou beginnen.

Op een terrasje een "gelati Italiano" besteld en de serveerster bewonderde mijn motor, onderwijl vertellend dat zij er zelf ook zo een had (Yamaha XJ 900). Daar waren natuurlijk alleen maar goede dingen over te vertellen, en zij sloot het gesprek af door te zeggen dat zij 3 Kawasaki's had gehad, die alle 3 kapot gingen, terwijl die Yamaha maar bleef lopen.

(Die ervaring heb ik zelf natuurlijk ook). Ondertussen op de kaart nog maar een binnendoor route opgezocht door het oude grensgebied, waar intussen de meeste wegen "doorgetrokken" zijn, een heel verschil met zo'n 8 jaar geleden. Vlak onder Eisenach, bij het plaatsje Etterwinden bevond zich onze "clubcamping".

Aldaar aangekomen waren er al zo'n 20 man, waarvan de meesten mij ook al lang niet meer gezien hadden (dat komt dus niet alleen bij de DKW-club voor), dus even bijpraten, tentje opzetten en eten in de kantine. Nog even napraten met enkele laatkomers en vervolgens naar bed. De volgende ochtend frühstucken, waarna de meeste anderen een toertje gingen maken, doch daar ik weer terug moest naar Frielendorf ging ik niet mee.

Via een kennis had ik gehoord over een museum in de voormalige automobielfabriek E.M.W., waar o.a. ook de OostDuitse BMW's gebouwd zijn, wel vertelde hij dat het museum niet veel voorstelde, doch dat de video wel leuk was met veel oude beelden. Dus weer terug over de mooie, door de bossen slingerende weg naar Eisenach en aldaar het museum gezocht. Curiositeit was wel de allerlaatste in Eisenach gebouwde Borgward, die nieuw vanuit de fabriek in het museum gereden was. Verder nog wat borden met oude foto's en historische feiten, maar inderdaad de video was best de moeite waard, o.a. beelden van tractoren die 24 uur per dag de halve stad doorreden met onderdelen van opslag naar fabriek, en auto's die proefgereden werden op de ten noorden van de stad gelegen Autobahn, totdat het te druk werd om nog te kunnen testen.

De medewerkster vertelde dat er wegens ruimtegebrek helaas geen motoren tentoongesteld waren, doch dat men hoopte in de toekomst een groter museum te kunnen realiseren, wel was er elders in de stad ook nog een plek, in het voormalige museum, waar ook nog enkele auto's te zien waren.Toegang alhier DM 4,00.Intussen was het al weer middag en omdat ik vanaf 16.00 uur verwacht werd in Frielendorf maakte ik maar weer een andere route terug door de voormalige grensstreek. In het bungalowpark Am Silbersee werd het Weekend En Route georganiseerd door de Stichting En Route. Vroeger was dit bekend als het Groene Weekend van de Motor Vereniging Almere. Doch na jaren lang opmerkingen over en weer is het nu eindelijk benoemd tot het Blauwe Weekend, getuige de diverse shirts van de deelnemers. Eindelijk gerechtigheid! Mijn medeweekenders waren ook al gearriveerd, n.l. een neef met echtgenote en een flink aantal vrienden, terwijl ik daar nog veel meer bekenden trof.

Op naar het bier dan maar, doch de prijzen waren wegens de live muziek zo hoog, dat we serieus overwogen om de volgende dag maar naar het dorp te lopen. De volgende dag een mooie toerrit richting noordoosten, o.a. door stadjes als Rotenburg en Melsungen, die ik tijdens werkzaamheden als internationaal chauffeur wel honderd keer gepasseerd was. Doch op de motor kun je pas ontdekken hoe mooi het er werkelijk is. Wel jammer dat het 's-middags nogal behoorlijk regende. En 's-avonds was er weer bier, veel bier, gelukkig weer tegen normale prijzen.

Op maandag liep de route naar het zuidwesten, globaal richting Fulda-Alsfeld, de route was wat minder interessant, doch de wegen waren veel en veel beter en gingen o.a. over het voor-malige wegrace-stratencircuit de Schottenring. En zo hier en daar nog een leuk vakwerkhuizenstadje. Het weer was niet zo gigantisch, doch het bleef droog. Helaas al weer de laatste avond, en na een uitstekend buffet weer veel bier.

De volgende dag, Koninginnedag, ging bijna iedereen weer huiswaarts, maar ik nog niet. Bij vertrek uit het bungalowpark ontdekten we echter een spijker in de voorband van de motor van mijn neef Jaap en dat was minder prettig. Onze vriend Ed opperde om er een plug in te schieten, maar toch leek het ons veiliger om de band te vernieuwen. Bij een pompstation pompten we de band op en vroegen naar een bandenwerkplaats, de eerste waar we heen gestuurd werden had echter geen motorbanden op voorraad, doch men verwees ons door naar een filiaal bij Kassel. Hier was het juiste type band gelukkig op voorraad, zodat we snel de band wisselden, waarna mijn kameraden huiswaarts gingen. Omdat het intussen al weer redelijk laat geworden was en ik 's-middags nog dat andere museum in Eisenach wilde bezoeken, reed ik niet toeristisch binnendoor, doch professioneel over de B-7, een bekende weg die ik al vele malen per vrachtauto had afgelegd naar de (voormalige) Deutsche Demokratische Republiek.

Na even wat zoekwerk, het museum ligt precies in een Baustelle, arriveerde ik er om 16.15 uur, wel wat laat doch zo groot is het niet (geo-pend tot 17.00 uur). In een voormalige showroom, waarvan het opschrift bijna nog leesbaar is aan de Wartburgallee, aan de voet van de vermaarde burcht, staan ook nog zo'n 8 auto's tentoongesteld, nl. proto- types die nooit in produktie geweest zijn en enkele sportauto's voorzien van wat informatie, een aantal oude reclamefoto's en wat schaalmodellen, inrichting en uitstraling van het gebouw zijn nog duidelijk van voor de Wende. Ik voelde me er tenminste weer echt terug in de tijd van de Stasi. Toeslag (op vertoon van het "andere" kaartje) DM 1,00 anders DM 4,00. Wel vreemd vond ik overigens de toeslag om te mogen fotograferen, nl DM 3,00 per museum. Overigens worden er vanwege 100 Jahre Fahrzeugbau dit jaar in Eisenach nog diverse evenementen gehouden.

Na het bezoek aan het museum reed ik verder zuidwaarts langs de B 19. Alleen kamperen had ik niet zo'n zin in, en in Meiningen wist ik een heel leuk hotelletje. In het ortsteil Dreissigacker staat het hotel van Mike en Petra Düppenbecker, waar wij zo'n 5 jaar geleden per ongeluk een keer terecht kwamen en dat onze harten zo gestolen heeft, dat wij er jaarlijks toch wel één of twee keer komen, meestal op weg naar/van Tsjechië. Mike is een jonge voormalige vrachtautochauffeur en bouwvakker en heeft het hotel min of meer van de grond af opgebouwd. Doordat wij er al zo lang komen hebben wij min of meer de hele ontwikkeling tot hotel meegemaakt. De prijs valt mee, de keuken is beperkt, doch goed en het bier nat, kortom een leuk familiehotelletje (mocht er iemand zijn, die meer wil weten over dit hotel; zie de LOOT INTERNATIONALE TOERWIJZER). Toen ik aan kwam rijden was Mike nog aan het bouwvakken, maar toen hij me zag smeet hij ogenblikkelijk de kruiwagen aan de kant en kwam op me af stormen. Hij had me één dezer dagen wel weer verwacht, zei hij, en dat klopte helemaal. Eenmaal binnen stond er gelijk een Weizen Bier voor mijn neus en kwam Petra ook naar mij toe voor een allerhartelijkste begroeting. Vervolgens de spullen op mijn kamer gegooid, even gedouched en tijdens en na het eten hadden wij nog zoveel met elkaar te bepraten dat het ongemerkt nog flink laat geworden was.

De volgende morgen, na een prima ontbijt, reed ik op advies van Mike naar Suhl, waar in een gedeelte van de Simson-fabriek het Automobil- und Zweiradmuseum Suhl gevestigd is. Simson is, wat de meeste motorliefhebbers wel zullen weten, een vermaard OostDuits merk vooral op het gebied van cross-, trial- en off-roadmotoren. Tegenwoordig worden er geen motoren meer geproduceerd, nog wel fietsen en bromfietsen doch volgens de portier was het moge-lijk dat er misschien in de toekomst ook weer motoren zouden komen.

Jammer genoeg kon ik de fabriek niet bezichtigen, omdat er op 1 Mei (dag van de arbeid) niet gewerkt werd, doch het museum was open. De entree was veelbelovend, een grote lichtbak met diverse reclamefoto's en dat was toch heel wat westerser dan in Eisenach. In diverse zaaltjes stonden ca. 150 motoren, scootertjes en bromfietsen en ook was er een (eigenlijk verboden) zaaltje met een aantal fietsen, ter ere van een gelegenheidsvoor- stelling in het daarop volgende weekend. De hele geschiedenis van Simson was te volgen, van loopfiets tot zware motoren, voorzien van zeer goede informatie, ook veel terreinmotoren en racers. Ook stonden er andere merken uit Suhl, zoals K.G.(Duitslands eerste motor met kardanaandrijving), SR 1 en AWO (Dit kom je ook tegen bij de E.M.W. en zijn de door de Russen overgenomen bedrijven na Wereldoorlog 2), alles piekfijn gerestaureerd. Ook stond er een verdwaalde M.Z., doch wat die er deed weet ik eigenlijk niet. Verder nog diverse foto's, sporttrofeeën en een interessante video-film. Toegang DM 5,00 April-September 9.00-17.00 uur en Oktober-Maart 10.00-16.00 uur, alle dagen geopend en zeker voor motorliefhebbers zeer interessant. Daarna nog een rondtoertje gemaakt door het Thüringer Wald, gigantisch grote bossen, kabbelende beekjes, slingerende wegen over bergen door dalen, een wintersportgebied met één ski-schans en, natuurlijk, vele Baustellen! Een schitterende omgeving en nog redelijk ongerept! Weer terug en een gezellig avondje bij Mike en Petra, deze keer alleen niet zo laat want Mike moest om 03.00 uur s'nachts weer naar het werk! Om ca. 06.00 uur werd ik gewekt door een donderende blikseminslag, waarbij de regen met bakken uit de lucht kwam. "Dat gaat goed zo", dacht ik en probeerde nog maar wat te slapen. Rond 09.00 uur was het gelukkig weer droog en na een prima ontbijt de bagage weer op de motor gebonden, afscheid genomen van Petra en verder maar weer (terug eigenlijk).

Naar het noorden volgde ik de voormalige grensstreek langs Eisenach richting Eschwege.

Verstilde dorpjes, vaak met vakwerkhuizen, oude kastelen, bloeiende boomgaarden en kolossale bossen, deze kant van de oude grens is geluk-kig nog niet zo druk als de andere (via de B-7 bijv.). Bestemming is Witzenhausen, een mooi stadje tussen Gottingen en Kassel. In het ortsteil Ziegenhagen moet zich onder de veelbelovende naam Erlebnispark ook een museum bevinden. (Geopend maart-april-sept.-okt. 10.00-17.00 uur en mei tot met augustus 09.00-18.00 uur, zeer handig zijn er de kluisjes voor motorrijders voor helm, kleding etc. die je voor DM. 10,00 statiegeld kunt gebruiken en die ik verder overal gemist heb.)

Wel, veelbelovend is het zeker, maar de vlag dekt de lading echt niet. Het is een combinatie van een kinderboerderij en de jaarlijkse kermis in mijn woonplaats, niets dus! Her en der staat een brandweerauto of tractor geparkeerd, en in twee hallen bevindt zich dan het auto/motor/rariteitenmuseum. Naar mijn idee was de complete voorraad opgedoken uit schuren in de voormalige D.D.R. en vervolgens linea recta hier naar binnen gesmeten! Het motormuseum stond overvol, de ene motor voor en over de andere, informatie was minimaal en door de hoge glaswanden was fotograferen bijna onmogelijk. Boven nog een hal met oude gebruiksvoorwerpen, het autogedeelte was niet veel beter, er stond weinig echt ouds, het meeste was 60'er en 70'erjaren spul. Weinig unieks, alles ongerestaureerd, veel te donker en onmogelijk te fotograferen. En er tussen door stonden dan nog wat motoren, bromfietsen en huishoudapparaten. Maar goed dat er nog lachspiegels stonden om te lachen, want dat was mij intussen wel vergaan. Zeker gezien de veel te hoge prijs van DM 15,00 voor mij echt de misser van de door mij bezochte musea. Weer een illusie rijker start ik de motor en rijd door het wonderschone dal van de Weser naar Lauenförde.

Onderweg passeer ik nog een door Greenpeace geblokkeerde spoorlijn, vanwege de voorziene nucleaire transporten (per trein) naar Görleben. Met de politie op de achtergrond heeft het wel wat weg van een camping van "Sjors en de rebellen-club." Mijn nachtverblijf is een gigantisch grote villa van rond de eeuwwisseling, beheerd door de familie Pirone en bekend als Haus der Motorrad-freunde, een bekende motorherberg, waar je voor schappelijke prijzen kunt overnachten en mee-eten wat de pot schaft. Vanwege het door-de-week-buiten-het-seizoen-tijdstip was het er niet zo druk, zo'n 20 collega-motorrijders, overigens allemaal Duitsers. Er is plaats op de slaapzalen voor 120 man en in de weekeinden zijn die er altijd. Deze avond doe ik het maar eens rustig aan, beetje rondkijken, gasten-boeken doorlezen op zoek naar bekende namen en niet al te veel bier. Na een goede nachtrust en een uitstekend ontbijt in de schit-terende ontbijtzaal vertrek ik weer, het is droog maar daar is ook alles mee gezegd.

Het dal van de Weser volgend arriveer ik zo'n twee uur later in Bad Oeynhausen bij het Motor Technica Museum, beslist het grootste in de Galerij der Prullaria. 11 Hallen vol met oorlogsmateriaal, treinen, trams, vliegtuigen, trucks, verder zo'n 300 auto's en 500 motoren (al staan er wel een flink aantal motoren op een zolder die slecht te zien zijn.), waaronder ook diverse racers van o.a, M.Z. en uiteraard ook diverse D.K.W.tjes (zowel twee- als vierwielers) Diverse "exposities" zoals de Sperrzone, de wederopbouw, de oorlog en natuurlijk de "hooischuur" (1 hal ongerestaureerd) en stadstaferelen.

Als rariteiten o.a. de gepantserde Peugeot 604 van voormalig D.D.R.-president Honecker, een N.S.U. Kettenkrad(een soort motorfiets met rupsaan- drijving), de Grune Elefant en voor de liefhebber nog veel en veel meer. Dit museum, wat er trots op is iedere dag van het jaar open te zijn (van 09.00 tot 18.00) was als enige ook voorzien van een eigen restaurant. De prijs van DM 9.50 was beslist niet te hoog, je kunt er uren ronddwalen.

Ondertussen was het al weer vrijdagmiddag rond 15.00 uur en ik kwam toch wat in de problemen. Ik had nog één dag en wilde nog drie museum's bezoeken, waarvan er twee alleen s'middags open waren. Omdat ik wist dat het volgende museum niet zo groot was besloot ik om er toch maar zo snel mogelijk heen te rijden, misschien dat ik er dan s'middags nog kon kijken. Doch in het Duitse vrijdagmiddagverkeer schiet je zelfs met de motor niet zo snel op zodat ik pas om 16.40 uur arriveerde in Bad Iburg, alwaar aan de door het dorp lopende B-51 het Roller und Kleinwagenmuseum gevestigd is, een soort poppenhuismuseum met poppenhuisvoertuigen.

Tot mijn verrassing zei de mevrouw achter de kassa dat ik mij niet behoefde te haasten omdat het museum tot 18.00 uur open bleef, dit viel dus weer een uurtje mee. En dit museum was voor mij dan ook de verrassing! Bij binnenkomst waande ik mij direct in de jaren vijftig. De hal was niet echt groot, doch zeer speels ingericht. De hele vloer stond vol met Kleinwagens, zoals Zundapp Janus, B.M.W. Isetta, Messerschmitt etc., daarboven een halve zolder met nog meer van die autootjes, ik wist niet dat er zoveel verschillende bestonden, en allemaal in nieuwstaat.

Aan de kant grote kasten met miniatuurauto's en overal hangend speelgoed als reuze- miniaturen en trapauto's. Daar tussendoor geparkeerd vele scooters, tot zelfs uit Rusland toe, en bromfietsen, waaronder D.K.W. Hummel, totaal wel zo'n 100 stuks. Leuke rariteit was o.a. de Sinclair, een door een Engelse lord ontworpen kruising tussen een motorfiets en een autootje, wat bedoeld was als oplossing voor het fileprobleem. Het voertuigje mislukte alleen omdat de forens niet "gezien" wilde worden in het auto/motortje.Zijn we nou gek of niet?

De bovenverdieping was verdeeld in zo'n 10 verschillende "schuurtjes", o.a. een werkplaats van Zundapp, in de voormalige D.D.R., en de bekende "hooischuur". Scooters, brommers, fietsen, reclameborden aangevuld met muziekapparatuur en gebruiks- artikelen uit diezelfde periode, alsmede instructieboekjes, stempelboekjes, distributie- bonnen, vlaggen, vaantjes en posters. Alleen jammer dat "boven" de glazen wanden het fotograferen bemoeilijkten. Op mijn gemakkie twee keer het museum doorgelopen zonder opgejaagd te worden, en daarna nog even een praatje gemaakt met de mevrouw van het museum. Dit was zeker het leukste museum van de verzameling! (Toegang DM 4,00, geopend maart tot november 14.00-18.00 uur).

Intussen was het weer avond en daar kwam het volgende probleem om de hoek kijken. Geen motorvriendenhotel in de omgeving, (alleen) kamperen had ik nog steeds geen zin in, en de Duitse plaatsen met Bad als voornaam zijn zeker altijd leuk om eens te kijken, maar de prijzen van hotels etc. liggen vaak boven mijn begroting. Ik besloot dus maar door te rijden richting Ibbenbüren, misschien vond ik onderweg nog wat. Na diverse leuke dorpjes (hotel was te duur) en minder leuke dorpjes (hotel was er niet) gepasseerd te zijn, arriveerde ik in Ibbenbüren. Bij navraag vertelde men mij dat er in het stadje niets was, alleen twee hotels nabij de afrit van de Autobahn (met de bijbehorende prijzen). Terwijl ik er zelf rondreed zag ik ook niets, al bleek de volgende dag wel dat ik er toch één over het hoofd had gezien. Wat nu? Ik besloot naar Tecklenburg te rijden, een nabijgelegen autovrij, van veel vakwerkhuizen voorzien, toeristenstadje onder het mom van veel hotels, dan veel concurrentie, dan misschien vriendelijke prijzen, doch helaas alle Zimmer Frei, pensions en hotels waren vol. In nabij gelegen dorpen waren ook weinig hotels voorhanden en degenen die er waren, waren vol. Het werd intussen steeds later, kouder en donkerder en ik besloot om het nog één keer te vragen onder het motto: Als er hier ook geen plaats meer is, barst maar met het hele zootje, dan rij ik door naar Holland. Maar ik had geluk, er was nog een plekje vrij, voor een acceptabele prijs. Na gegeten te hebben, maar naar boven om een motorblaadje te lezen, in het cafe'was toch niet veel te beleven, jammer dan.

Zaterdagmorgen maar weer naar Ibbenbüren gereden en eerst maar het automuseum "Geschichte auf Rädern" opgezocht. Niet dat ik nu zo'n auto-freak ben, helemaal niet maar als je met een a.p.k. voor museums bezig bent, moet je ze allemaal nemen, en boven-dien het motormuseum ging toch pas om 14.00 uur open. Wat valt er te zeggen over het automuseum? Een ruime hal met zo'n 50 auto's, waaronder ook diverse Kleinwagens.

Voorzien van zeer uitgebreide informatie, en omdat ik dan toch weer zeer nieuwsgierig ben en alles wil weten, heb ik het er lang uitgehouden. De auto's waren alle piekfijn gerestaureerd, alleen slordigheidje was wel dat er hier en daar informatiepanelen over een bepaalde auto stonden, en de auto nergens te bekennen was. De auto's varieerden qua ouderdom, doch de grote hoop was uit de zestiger jaren, waaronder ook twee D.K.W.-tjes. Toch wel indrukwekkend vond ik een grote Mercedes Nürburg, die bijna als bus gerangschikt kon worden. Verder stonden er nog wel wat rariteiten zoals de eerste N.S.U. wankel-auto, en een, onder auspiciën van B.M.W., door een Zwitserse carosseriebouwer gebouwde cabriolet, waarvan er volgens de gegevens slechts twee gemaakt zijn.

Wat ik wel opvallend vond was de keurige, bijna klinische wijze van inrichten en tentoon- stellen van de auto's, alsof er een meetlat langsheen gelegd was. Duits degelijk, maar nou niet om te zeggen leuk of spontaan. (Toegang overigens DM 5,00 geopend april-oktober dagelijks van 10.00-16.00 uur, andere maanden alleen s'zondags open).

Als laatste in de rij het motormuseum, dat zich via enkele boerenweggetjes bevindt op enkele kilometers van het automuseum. In vijf verschillende zaaltjes bevinden zich zo'n 150 motor-fietsen, waarvan diverse met zijspan. Een grote schare B.M.W.'s, wat minder D.K.W.'s, N.S.U.'s en T.W.N.'s. En verder een allegaartje van oude, lang vervlogen merken als D-Rad, Diel en Wanderer, Italiaanse schonen en (dealer-instructie-modellen) van Yamaha o.a. afgewisseld met een Indian Scout, een Hercules-wankel, een ruim 20 jaar oude, nieuwe M.Z. die nooit verkocht is geweest, alsmede een combinatie van hetzelfde merk die boekdelen zou kunnen schrijven over het leven in de voormalige D.D.R.! Ook nog een (volgens mij) redelijk zeldzame D.K.W. Supersport uit 1929 met een waterge- koelde 495 cc. tweecylinder, en een Munch Mammuth, een motor uit de tijd dat ik zo zachtjes aan mocht gaan denken aan motorrijlessen,(als bromnozem zijn-de in 1974) voorzien van een 1200 cc. N.S.U. automotor die de potentie had om een super-bike te worden, maar wat helaas (vnl. vanwege de prijs) niet gelukt is. De informatie was meer dan voldoende, de motoren waren duidelijk zichtbaar, compleet gerestaureerd en de inrichting was netjes, toch ook wat speels. Zeker voor de motorliefhebber dik in orde, doch voor iedereen die technisch een beetje is geïnteresseerd echt de moeite waard, waarbij je bijv. kunt zien dat bepaalde toepassingen, die nu als noviteit gepresenteerd worden, 50 jaar geleden ook al uitgeprobeerd zijn. (Toegang DM 5,00. Geopend april tot met oktober op zaterdag en zondag van 14.00-18.00 uur)

Toen ik om 17.15 weer buitenstond vond ik het eigenlijk echt wel genoeg, eventjes naar een imbiss om wat te eten en vervolgens terug naar Holland. Via Rheine en Ahaus naar Haaksbergen en vervolgens via het onverwachte stukje Nederland, oftewel het land van Normaal, naar Dieren, alwaar ik een verjaardag had.

De volgende morgen weer bijtijds uit de veren, naar Utrecht, omdat de Motorrijders Aktie Groep haar Bevrijdings-Demo-Run organiseerde, en ik mijzelf als redelijk actief lid van deze club min of meer verplicht vrijwillig voelde om te assisteren bij deze dag. De M.A.G. is een landelijke organisatie, met zusterorganisaties door geheel Europa en ook daarbuiten, en een overkoepe-lende organisatie, de F.E.M., die in Brussel gevestigd is en van daaruit met een schuin oog de politiek in de gaten houdt. Dit omdat er vanuit Brussel heel wat regeltjes en wetjes bedacht worden, die men er op ondemocratische wijze tracht door te drukken en daarmee het plezier en het recht van de motorrijder (en van de burger in het algemeen!) om zelf bepaalde beslissingen te mogen nemen aan banden probeert te leggen. Denk hierbij aan o.a. de 100 p.k.-limiet, verplichte kledingeisen voor wat betreft bescherming en reflectie (Ziet U zich al rijden in een knalgeel pak met een integraalhelm op met Uw D.K.W.?), anti-tampering (verbod tot zelf sleutelen) en de steeds strenger wordende geluidseisen, die men ook wil gaan verscherpen voor bestaande motoren. Ook ligt er bijvoorbeeld al een voorstel tot invoering van een a.p.k. voor motorfietsen! Op nationaaal gebied houdt de M.A.G. zich o.a. bezig met het steeds groter wordende aantal gemeenten, vnl. in Gelderland, dat wegen wil gaan afsluiten voor motoren, te denken aan de Posbank, diverse dijkwegen, maar ook bijv. de Meye bij Bodegraven. Om ook het "grote publiek" bekend te maken met de problemen die ons als motorrijder boven de helm hangen, organiseert men regelmatig (d.w.z. nu voor de vierde keer) haar Demo-Run's. Gezien de te verwachten grote drukte moeten wij dus al met een flink aantal medewerkers vroeg aanwezig zijn om aankomende motorrijders informatie te geven en naar de parkeer- plaatsen te loodsen. Helaas gaan deze werkzaamheden wel ten koste van het feit dat je dan zelf geen tijd hebt om al die rariteiten te bekijken, maar dat heb ik er graag voor over. Dat de M.A.G. zijn oorsprong heeft gevonden in de Harley-wereld is goed te zien want het deelnemersveld bestaat uit gigantisch veel, veelal gechopte Harley's, veel ratbike's van Japanse of Engelse makelij, oliedrums of doodskisten als aanhanger of zijspan, aangevuld met (steeds meer) zuurstokkleurige modellen met een type-aanduiding met veel R's en toermastodonten als tweewielige vrachtauto's met aanhanger en alles wat zich daar mogelijkerwijs tussen kan bevinden op twee of drie wielen.

Toen er dus ondanks het koude weer om 13.00 uur een bonte stoet van ca. 15.000! motoren klaarstond, waren wij dik tevreden. Vervolgens achter de van politiebegeleiding voorziene kolonne aan, met een groep mede- werkers om als baanvegers te fungeren om de vluchtstrook vrij te (laten) maken van sleutelende of kijkende motorrijders, alvorens het autoverkeer weer te laten passeren en vervolgens vlak voor Arnhem met een aantal groepen door de stad om de aldaar al aanwezige collega's weer te assisteren bij aankomst van de kolonne. Wel horen en zien verging je al had je helaas weer geen tijd om uitgebreid bij een "special" te gaan kijken voor alles geparkeerd stond. Helaas bleven jammer genoeg vele mensen bij hun motoren, ook door de wat onhandige indeling van het terrein, kwamen zij er niet aan toe om een drankje te gaan halen en even te gaan kijken bij de speeches en de optredende bands. Ook hierdoor was men over het algemeen weer snel vertrokken, waardoor we uiteindelijk nog maar met een flinke groep medewerkers een feestje aan het bouwen waren. Aan de ene kant twijfelde ik nog even om mijn tent op te zetten, aan de andere kant vond ik het eigenlijk wel weer mooi genoeg.

Dus verliet ik het museumterrein, waar enkele uren eerder nog ca. 15.000 motoren geparkeerd stonden, ongeveer van alle merken, kleuren, uitvoeringen en typen die vanaf 1970 lever-baar geweest, en van de jaren daarvoor wat minder. Op de terugweg nog even gestopt voor een met pech staande collega-motorrijder, doch hier was niets meer aan te helpen (gebroken klep) dus maar weer verder.

Om ca. 21.00 uur was ik weer thuis, zo'n kleine 3.000 kilometer en 10 dagen na vertrek. Einde van een korte vakantie, waarin ik een hoop oude en nieuwe glorie bewonderd heb.

Laatst gewijzigd:
15-05-2017: Kalender